woensdag 1 februari 2012

onderwijsrendement

Onderwijsrendement 1

Mijnheer Vandencirkel geeft drie minuten voor tijd het huiswerk op aan zijn vwo-3. ‘’Jongens, berg jullie laptopjes goed op en ik zie jullie morgen weer’’. De notebooks, Ipads en wat dies meer zij, verdwijnen in de gecapitonneerde rugzakjes en met een vrolijk ‘’Tot morgen!’’ verdwijnen de leerlingen uit het lokaal. Vwo-6 staat al te wachten. Met een geroutineerd en toch joyeus gebaar start mijnheer de aanwezigheidsregistratie. Eén voor één ‘’piepen ‘’ de leerlingen zichzelf aanwezig en gaan aan een bankje zitten. De eerste laptops worden al open geklapt en de leerlingen loggen in op de pagina die mijnheer Vandencirkel de vorige les al open heeft gezet. Verwachtingsvol kijken dertig paar ogen mijnheer Vandencirkel aan….

Onderwijsrendement 2

Mijnheer Vandencirkel besluit zijn leuke, interactieve les wiskunde tot het laatste moment te benutten – onderwijsrendement is tegenwoordig een belangrijke factor. De leerlingen zitten met rode oortjes achter hun laptops; het naderende einde van de les gaat volledig aan hen voorbij. Het spijt de gedreven docent wiskunde haast om deze les te beëindigen.
Drie minuutjes voor tijd vraagt mijnheer Vandencirkel de leerlingen om hun spullen op te ruimen, de tafeltjes weer in busopstelling te plaatsen en de laptops weer in de kar te plaatsen (‘’Denk eraan: alle laptops weer aan de stroom’’). De leerlingen verdringen zich rond de laptopkar en wachten op hun beurt. Nog een geluk bij een ongeluk dat er op deze verdieping maar één laptopkar beschikbaar is, denkt mijnheer Vandencirkel, met een nerveuze blik op de klok. Plotseling staat mevrouw Umlaut in het lokaal, al snel omringd door een stuiterende groep van brugklassers, zenuwachtig kwetterend naar hun lerares. ‘’Is het een moeilijke toets, mevrouw Umlaut?’’; ‘’De toets valt toch wel mee, hoop ik?’’.
Haastig transporteert mijnheer Vandencirkel de laptopkar, 15 leerlingen met laptop en zijn eigen spullen naar de gang. Op dat moment gaat de zoemer…. Mijnheer Vandencirkel wordt verwacht bij vwo-6, aan de andere kant van het gebouw en twee verdiepingen lager.
Wanneer de laatste leerlingen hun laptop in de kar geplaatst hebben, duwt mijnheer Vandencirkel –zijn volle gewicht tegen het gevaarte- de zware kar richting de berging van de derde verdieping. Deur open, kar manoeuvreren in de nauwe kast, aan de stroom en de deur weer op slot. De sleutel van de laptopkar nog even terugbrengen naar het kantoor van de directeur. Ach hemel, de goede man is net in gesprek met een tweetal huilende leerlingen. Aarzelend staat mijnheer Vandencirkel voor de deur: je valt op zo’n moment ook niet zomaar binnen. Gelukkig ziet de directeur hem staan en wenkt hem binnen.
Nu eerst maar even vwo-6 binnen laten, vier trappen lager. De leerlingen staan natuurlijk te wachten: ‘’U bent veel te laat mijnheer!’’. ‘’Jongens, ik weet het’’, brengt mijnheer Vandencirkel puffend en hijgend uit. ‘’Ik ga snel de laptops halen. Wie kan mij even helpen?’’.
Met een bereidwillige leerling stevent Vandencirkel naar de kamer van de directeur om de sleutels te halen. Om tijd te winnen, stuur hij de leerling naar de eerste berging om de kar op te halen en loopt hij zelf door naar de tweede voor de tweede kar. Behendig stuurt hij de zware kar door de kamer naar de gang. De vwo-6 leerling staat al te wachten met de andere laptopkar.
Aan het einde van de gang bereiken zij het lokaal. ‘’Jongens, de karren staan op de gang. Haal allemaal even een laptop op.’’ Het is een vrolijke janboel op de gang als 30 jongvolwassenen een computertje uit vier deurtjes van twee laptopkarren moeten peuteren. Maar enfin, uiteindelijk zit iedereen weer op zijn plaats, keurig te wachten tot de computers opgestart zijn en er een fijne internetverbinding tot stand is gebracht. Inmiddels is de les al wel vijftien minuten op streek. Het zit mijnheer Vandencirkel niet lekker. Volgende keer maar een kwartiertje eerder stoppen met vwo-3, denkt hij bij zichzelf. Verdikkie, dat kan ook weer niet. Ook de leerlingen van vwo-3 hebben recht op een leuke les.
‘’Goed jongens, we gaan beginnen. Hoezo heb jij geen verbinding….?’’